Vervoeging van aanlachen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanlachen
to smile at
separable strong weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)lach aan
Verleden tijd (ik)lachte aan
Voltooid deelwoordaangelachen
Volledige vervoeging van het werkwoord aanlachen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik lach aan
jij lacht aan (inversie: lach aan jij)
u lacht aan
hij/zij/het lacht aan
wij lachen aan
jullie lachen aan
zij lachen aan

Verleden tijd

ik lachte aan
jij lachte aan
u lachte aan
hij/zij/het lachte aan
wij lachten aan
jullie lachten aan
zij lachten aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanlach
(dat) jij aanlacht
(dat) u aanlacht
(dat) hij/zij/het aanlacht
(dat) wij aanlachen
(dat) jullie aanlachen
(dat) zij aanlachen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanlachte
(dat) jij aanlachte
(dat) u aanlachte
(dat) hij/zij/het aanlachte
(dat) wij aanlachten
(dat) jullie aanlachten
(dat) zij aanlachten

Gebiedende wijs

Imperatief

lach aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanlachen

Gerundium

aanlachen

Onvoltooid deelwoord

aanlachend

Voltooid deelwoord

aangelachen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.