Vervoeging van aankwispelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aankwispelen
to approach while wagging one's tail
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)kwispel aan
Verleden tijd (ik)kwispelde aan
Voltooid deelwoordaangekwispeld
Volledige vervoeging van het werkwoord aankwispelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik kwispel aan
jij kwispelt aan (inversie: kwispel aan jij)
u kwispelt aan
hij/zij/het kwispelt aan
wij kwispelen aan
jullie kwispelen aan
zij kwispelen aan

Verleden tijd

ik kwispelde aan
jij kwispelde aan
u kwispelde aan
hij/zij/het kwispelde aan
wij kwispelden aan
jullie kwispelden aan
zij kwispelden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aankwispel
(dat) jij aankwispelt
(dat) u aankwispelt
(dat) hij/zij/het aankwispelt
(dat) wij aankwispelen
(dat) jullie aankwispelen
(dat) zij aankwispelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aankwispelde
(dat) jij aankwispelde
(dat) u aankwispelde
(dat) hij/zij/het aankwispelde
(dat) wij aankwispelden
(dat) jullie aankwispelden
(dat) zij aankwispelden

Gebiedende wijs

Imperatief

kwispel aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aankwispelen

Gerundium

aankwispelen

Onvoltooid deelwoord

aankwispelend

Voltooid deelwoord

aangekwispeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.