Vervoeging van aankomen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aankomen
to arrive
irregular separable strong
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)kom aan
Verleden tijd (ik)kwam aan
Voltooid deelwoordaangekomen
Volledige vervoeging van het werkwoord aankomen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik kom aan
jij komt aan (inversie: kom aan jij)
u komt aan
hij/zij/het komt aan
wij komen aan
jullie komen aan
zij komen aan

Verleden tijd

ik kwam aan
jij kwam aan
u kwam aan
hij/zij/het kwam aan
wij kwamen aan
jullie kwamen aan
zij kwamen aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aankom
(dat) jij aankomt
(dat) u aankomt
(dat) hij/zij/het aankomt
(dat) wij aankomen
(dat) jullie aankomen
(dat) zij aankomen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aankwam
(dat) jij aankwam
(dat) u aankwam
(dat) hij/zij/het aankwam
(dat) wij aankwamen
(dat) jullie aankwamen
(dat) zij aankwamen

Gebiedende wijs

Imperatief

kom aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aankomen

Gerundium

aankomen

Onvoltooid deelwoord

aankomend

Voltooid deelwoord

aangekomen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.