Vervoeging van aanklampen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanklampen
to accost; to approach and address, usually in an unpleasant fashion
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)klamp aan
Verleden tijd (ik)klampte aan
Voltooid deelwoordaangeklampt
Volledige vervoeging van het werkwoord aanklampen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik klamp aan
jij klampt aan (inversie: klamp aan jij)
u klampt aan
hij/zij/het klampt aan
wij klampen aan
jullie klampen aan
zij klampen aan

Verleden tijd

ik klampte aan
jij klampte aan
u klampte aan
hij/zij/het klampte aan
wij klampten aan
jullie klampten aan
zij klampten aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanklamp
(dat) jij aanklampt
(dat) u aanklampt
(dat) hij/zij/het aanklampt
(dat) wij aanklampen
(dat) jullie aanklampen
(dat) zij aanklampen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanklampte
(dat) jij aanklampte
(dat) u aanklampte
(dat) hij/zij/het aanklampte
(dat) wij aanklampten
(dat) jullie aanklampten
(dat) zij aanklampten

Gebiedende wijs

Imperatief

klamp aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanklampen

Gerundium

aanklampen

Onvoltooid deelwoord

aanklampend

Voltooid deelwoord

aangeklampt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.