Vervoeging van aanklagen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanklagen
to denounce, accuse, indict, sue
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)klaag aan
Verleden tijd (ik)klaagde aan
Voltooid deelwoordaangeklaagd
Volledige vervoeging van het werkwoord aanklagen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik klaag aan
jij klaagt aan (inversie: klaag aan jij)
u klaagt aan
hij/zij/het klaagt aan
wij klagen aan
jullie klagen aan
zij klagen aan

Verleden tijd

ik klaagde aan
jij klaagde aan
u klaagde aan
hij/zij/het klaagde aan
wij klaagden aan
jullie klaagden aan
zij klaagden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanklaag
(dat) jij aanklaagt
(dat) u aanklaagt
(dat) hij/zij/het aanklaagt
(dat) wij aanklagen
(dat) jullie aanklagen
(dat) zij aanklagen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanklaagde
(dat) jij aanklaagde
(dat) u aanklaagde
(dat) hij/zij/het aanklaagde
(dat) wij aanklaagden
(dat) jullie aanklaagden
(dat) zij aanklaagden

Gebiedende wijs

Imperatief

klaag aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanklagen

Gerundium

aanklagen

Onvoltooid deelwoord

aanklagend

Voltooid deelwoord

aangeklaagd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.