Vervoeging van aankaarten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aankaarten
to broach, to raise (a subject), to bring up for discussion
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)kaart aan
Verleden tijd (ik)kaartte aan
Voltooid deelwoordaangekaart
Volledige vervoeging van het werkwoord aankaarten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik kaart aan
jij kaart aan
u kaart aan
hij/zij/het kaart aan
wij kaarten aan
jullie kaarten aan
zij kaarten aan

Verleden tijd

ik kaartte aan
jij kaartte aan
u kaartte aan
hij/zij/het kaartte aan
wij kaartten aan
jullie kaartten aan
zij kaartten aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aankaart
(dat) jij aankaart
(dat) u aankaart
(dat) hij/zij/het aankaart
(dat) wij aankaarten
(dat) jullie aankaarten
(dat) zij aankaarten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aankaartte
(dat) jij aankaartte
(dat) u aankaartte
(dat) hij/zij/het aankaartte
(dat) wij aankaartten
(dat) jullie aankaartten
(dat) zij aankaartten

Gebiedende wijs

Imperatief

kaart aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aankaarten

Gerundium

aankaarten

Onvoltooid deelwoord

aankaartend

Voltooid deelwoord

aangekaart

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.