Vervoeging van aanhopen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanhopen
to form a heap or mound from
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)hoop aan
Verleden tijd (ik)hoopte aan
Voltooid deelwoordaangehoopt
Volledige vervoeging van het werkwoord aanhopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik hoop aan
jij hoopt aan (inversie: hoop aan jij)
u hoopt aan
hij/zij/het hoopt aan
wij hopen aan
jullie hopen aan
zij hopen aan

Verleden tijd

ik hoopte aan
jij hoopte aan
u hoopte aan
hij/zij/het hoopte aan
wij hoopten aan
jullie hoopten aan
zij hoopten aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanhoop
(dat) jij aanhoopt
(dat) u aanhoopt
(dat) hij/zij/het aanhoopt
(dat) wij aanhopen
(dat) jullie aanhopen
(dat) zij aanhopen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanhoopte
(dat) jij aanhoopte
(dat) u aanhoopte
(dat) hij/zij/het aanhoopte
(dat) wij aanhoopten
(dat) jullie aanhoopten
(dat) zij aanhoopten

Gebiedende wijs

Imperatief

hoop aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanhopen

Gerundium

aanhopen

Onvoltooid deelwoord

aanhopend

Voltooid deelwoord

aangehoopt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.