Vervoeging van aanhelpen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanhelpen
to help put on, to aid with dressing
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)help aan
Verleden tijd (ik)hielp aan
Voltooid deelwoordaangeholpen
Volledige vervoeging van het werkwoord aanhelpen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik help aan
jij helpt aan (inversie: help aan jij)
u helpt aan
hij/zij/het helpt aan
wij helpen aan
jullie helpen aan
zij helpen aan

Verleden tijd

ik hielp aan
jij hielp aan
u hielp aan
hij/zij/het hielp aan
wij hielpen aan
jullie hielpen aan
zij hielpen aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanhelp
(dat) jij aanhelpt
(dat) u aanhelpt
(dat) hij/zij/het aanhelpt
(dat) wij aanhelpen
(dat) jullie aanhelpen
(dat) zij aanhelpen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanhielp
(dat) jij aanhielp
(dat) u aanhielp
(dat) hij/zij/het aanhielp
(dat) wij aanhielpen
(dat) jullie aanhielpen
(dat) zij aanhielpen

Gebiedende wijs

Imperatief

help aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanhelpen

Gerundium

aanhelpen

Onvoltooid deelwoord

aanhelpend

Voltooid deelwoord

aangeholpen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.