Vervoeging van aanhebben

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanhebben
to have on, to wear (clothing)
irregular separable weak
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)heb aan
Verleden tijd (ik)had aan
Voltooid deelwoordaangehad
Volledige vervoeging van het werkwoord aanhebben: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik heb aan
jij hebt aan (inversie: heb aan jij)
u hebt aan / heeft aan
hij/zij/het heeft aan
wij hebben aan
jullie hebben aan
zij hebben aan

Verleden tijd

ik had aan
jij had aan
u had aan
hij/zij/het had aan
wij hadden aan
jullie hadden aan
zij hadden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanheb
(dat) jij aanhebt
(dat) u aanhebt / aanheeft
(dat) hij/zij/het aanheeft
(dat) wij aanhebben
(dat) jullie aanhebben
(dat) zij aanhebben

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanhad
(dat) jij aanhad
(dat) u aanhad
(dat) hij/zij/het aanhad
(dat) wij aanhadden
(dat) jullie aanhadden
(dat) zij aanhadden

Gebiedende wijs

Imperatief

heb aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanhebben

Gerundium

aanhebben

Onvoltooid deelwoord

aanhebbend

Voltooid deelwoord

aangehad

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.