to adhere to (an idea or philosophy)
Tegenwoordige tijd (ik)hang aan
Verleden tijd (ik)hing aan
Voltooid deelwoordaangehangen
Volledige vervoeging van het werkwoord aanhangen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik hang aan
jij hangt aan (inversie: hang aan jij)
u hangt aan
hij/zij/het hangt aan
wij hangen aan
jullie hangen aan
zij hangen aan
Verleden tijd
ik hing aan
jij hing aan
u hing aan
hij/zij/het hing aan
wij hingen aan
jullie hingen aan
zij hingen aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aanhang
(dat) jij aanhangt
(dat) u aanhangt
(dat) hij/zij/het aanhangt
(dat) wij aanhangen
(dat) jullie aanhangen
(dat) zij aanhangen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aanhing
(dat) jij aanhing
(dat) u aanhing
(dat) hij/zij/het aanhing
(dat) wij aanhingen
(dat) jullie aanhingen
(dat) zij aanhingen
Gebiedende wijs
Imperatief
hang aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aanhangen
Gerundium
aanhangen
Onvoltooid deelwoord
aanhangend
Voltooid deelwoord
aangehangen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.