to giggle at (someone) (often implying mockery)
Tegenwoordige tijd (ik)grinnik aan
Verleden tijd (ik)grinnikte aan
Voltooid deelwoordaangegrinnikt
Volledige vervoeging van het werkwoord aangrinniken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik grinnik aan
jij grinnikt aan (inversie: grinnik aan jij)
u grinnikt aan
hij/zij/het grinnikt aan
wij grinniken aan
jullie grinniken aan
zij grinniken aan
Verleden tijd
ik grinnikte aan
jij grinnikte aan
u grinnikte aan
hij/zij/het grinnikte aan
wij grinnikten aan
jullie grinnikten aan
zij grinnikten aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aangrinnik
(dat) jij aangrinnikt
(dat) u aangrinnikt
(dat) hij/zij/het aangrinnikt
(dat) wij aangrinniken
(dat) jullie aangrinniken
(dat) zij aangrinniken
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aangrinnikte
(dat) jij aangrinnikte
(dat) u aangrinnikte
(dat) hij/zij/het aangrinnikte
(dat) wij aangrinnikten
(dat) jullie aangrinnikten
(dat) zij aangrinnikten
Gebiedende wijs
Imperatief
grinnik aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aangrinniken
Gerundium
aangrinniken
Onvoltooid deelwoord
aangrinnikend
Voltooid deelwoord
aangegrinnikt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.