Vervoeging van aangrenzen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aangrenzen
to border on
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)grens aan
Verleden tijd (ik)grensde aan
Voltooid deelwoordaangegrensd
Volledige vervoeging van het werkwoord aangrenzen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik grens aan
jij grenst aan (inversie: grens aan jij)
u grenst aan
hij/zij/het grenst aan
wij grenzen aan
jullie grenzen aan
zij grenzen aan

Verleden tijd

ik grensde aan
jij grensde aan
u grensde aan
hij/zij/het grensde aan
wij grensden aan
jullie grensden aan
zij grensden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aangrens
(dat) jij aangrenst
(dat) u aangrenst
(dat) hij/zij/het aangrenst
(dat) wij aangrenzen
(dat) jullie aangrenzen
(dat) zij aangrenzen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aangrensde
(dat) jij aangrensde
(dat) u aangrensde
(dat) hij/zij/het aangrensde
(dat) wij aangrensden
(dat) jullie aangrensden
(dat) zij aangrensden

Gebiedende wijs

Imperatief

grens aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aangrenzen

Gerundium

aangrenzen

Onvoltooid deelwoord

aangrenzend

Voltooid deelwoord

aangegrensd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.