to (furtively) leer at, to peek at, to peep at
Tegenwoordige tijd (ik)gluur aan
Verleden tijd (ik)gluurde aan
Voltooid deelwoordaangegluurd
Volledige vervoeging van het werkwoord aangluren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik gluur aan
jij gluurt aan (inversie: gluur aan jij)
u gluurt aan
hij/zij/het gluurt aan
wij gluren aan
jullie gluren aan
zij gluren aan
Verleden tijd
ik gluurde aan
jij gluurde aan
u gluurde aan
hij/zij/het gluurde aan
wij gluurden aan
jullie gluurden aan
zij gluurden aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aangluur
(dat) jij aangluurt
(dat) u aangluurt
(dat) hij/zij/het aangluurt
(dat) wij aangluren
(dat) jullie aangluren
(dat) zij aangluren
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aangluurde
(dat) jij aangluurde
(dat) u aangluurde
(dat) hij/zij/het aangluurde
(dat) wij aangluurden
(dat) jullie aangluurden
(dat) zij aangluurden
Gebiedende wijs
Imperatief
gluur aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aangluren
Gerundium
aangluren
Onvoltooid deelwoord
aanglurend
Voltooid deelwoord
aangegluurd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.