to slide near, to approach or arrive while sliding or slipping
Tegenwoordige tijd (ik)glij aan / glijd aan
Verleden tijd (ik)gleed aan
Voltooid deelwoordaangegleden
Volledige vervoeging van het werkwoord aanglijden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik glij aan / glijd aan
jij glijdt aan / glij aan / glijd aan
u glijdt aan
hij/zij/het glijdt aan
wij glijden aan
jullie glijden aan
zij glijden aan
Verleden tijd
ik gleed aan
jij gleed aan
u gleed aan
hij/zij/het gleed aan
wij gleden aan
jullie gleden aan
zij gleden aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aanglij / aanglijd
(dat) jij aanglijdt
(dat) u aanglijdt
(dat) hij/zij/het aanglijdt
(dat) wij aanglijden
(dat) jullie aanglijden
(dat) zij aanglijden
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aangleed
(dat) jij aangleed
(dat) u aangleed
(dat) hij/zij/het aangleed
(dat) wij aangleden
(dat) jullie aangleden
(dat) zij aangleden
Gebiedende wijs
Imperatief
glij aan / glijd aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aanglijden
Gerundium
aanglijden
Onvoltooid deelwoord
aanglijdend
Voltooid deelwoord
aangegleden
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.