Vervoeging van aangeven

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aangeven
to hand, to pass
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)geef aan
Verleden tijd (ik)gaf aan
Voltooid deelwoordaangegeven
Volledige vervoeging van het werkwoord aangeven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik geef aan
jij geeft aan (inversie: geef aan jij)
u geeft aan
hij/zij/het geeft aan
wij geven aan
jullie geven aan
zij geven aan

Verleden tijd

ik gaf aan
jij gaf aan
u gaf aan
hij/zij/het gaf aan
wij gaven aan
jullie gaven aan
zij gaven aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aangeef
(dat) jij aangeeft
(dat) u aangeeft
(dat) hij/zij/het aangeeft
(dat) wij aangeven
(dat) jullie aangeven
(dat) zij aangeven

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aangaf
(dat) jij aangaf
(dat) u aangaf
(dat) hij/zij/het aangaf
(dat) wij aangaven
(dat) jullie aangaven
(dat) zij aangaven

Gebiedende wijs

Imperatief

geef aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aangeven

Gerundium

aangeven

Onvoltooid deelwoord

aangevend

Voltooid deelwoord

aangegeven

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.