Vervoeging van aaneenschakelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aaneenschakelen
to link together, to chain together
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)schakel aaneen
Verleden tijd (ik)schakelde aaneen
Voltooid deelwoordaaneengeschakeld
Volledige vervoeging van het werkwoord aaneenschakelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik schakel aaneen
jij schakelt aaneen (inversie: schakel aaneen jij)
u schakelt aaneen
hij/zij/het schakelt aaneen
wij schakelen aaneen
jullie schakelen aaneen
zij schakelen aaneen

Verleden tijd

ik schakelde aaneen
jij schakelde aaneen
u schakelde aaneen
hij/zij/het schakelde aaneen
wij schakelden aaneen
jullie schakelden aaneen
zij schakelden aaneen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aaneenschakel
(dat) jij aaneenschakelt
(dat) u aaneenschakelt
(dat) hij/zij/het aaneenschakelt
(dat) wij aaneenschakelen
(dat) jullie aaneenschakelen
(dat) zij aaneenschakelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aaneenschakelde
(dat) jij aaneenschakelde
(dat) u aaneenschakelde
(dat) hij/zij/het aaneenschakelde
(dat) wij aaneenschakelden
(dat) jullie aaneenschakelden
(dat) zij aaneenschakelden

Gebiedende wijs

Imperatief

schakel aaneen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aaneenschakelen

Gerundium

aaneenschakelen

Onvoltooid deelwoord

aaneenschakelend

Voltooid deelwoord

aaneengeschakeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.