Vervoeging van aanduwen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanduwen
to push against (an object), usually to make it fit
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)duw aan
Verleden tijd (ik)duwde aan
Voltooid deelwoordaangeduwd
Volledige vervoeging van het werkwoord aanduwen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik duw aan
jij duwt aan (inversie: duw aan jij)
u duwt aan
hij/zij/het duwt aan
wij duwen aan
jullie duwen aan
zij duwen aan

Verleden tijd

ik duwde aan
jij duwde aan
u duwde aan
hij/zij/het duwde aan
wij duwden aan
jullie duwden aan
zij duwden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanduw
(dat) jij aanduwt
(dat) u aanduwt
(dat) hij/zij/het aanduwt
(dat) wij aanduwen
(dat) jullie aanduwen
(dat) zij aanduwen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanduwde
(dat) jij aanduwde
(dat) u aanduwde
(dat) hij/zij/het aanduwde
(dat) wij aanduwden
(dat) jullie aanduwden
(dat) zij aanduwden

Gebiedende wijs

Imperatief

duw aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanduwen

Gerundium

aanduwen

Onvoltooid deelwoord

aanduwend

Voltooid deelwoord

aangeduwd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.