Vervoeging van aandurven

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aandurven
to dare; to venture
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)durf aan
Verleden tijd (ik)durfde aan
Voltooid deelwoordaangedurfd
Volledige vervoeging van het werkwoord aandurven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik durf aan
jij durft aan (inversie: durf aan jij)
u durft aan
hij/zij/het durft aan
wij durven aan
jullie durven aan
zij durven aan

Verleden tijd

ik durfde aan
jij durfde aan
u durfde aan
hij/zij/het durfde aan
wij durfden aan
jullie durfden aan
zij durfden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aandurf
(dat) jij aandurft
(dat) u aandurft
(dat) hij/zij/het aandurft
(dat) wij aandurven
(dat) jullie aandurven
(dat) zij aandurven

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aandurfde
(dat) jij aandurfde
(dat) u aandurfde
(dat) hij/zij/het aandurfde
(dat) wij aandurfden
(dat) jullie aandurfden
(dat) zij aandurfden

Gebiedende wijs

Imperatief

durf aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aandurven

Gerundium

aandurven

Onvoltooid deelwoord

aandurvend

Voltooid deelwoord

aangedurfd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.