Vervoeging van aanduiden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanduiden
to indicate, to mark, to point out
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)duid aan
Verleden tijd (ik)duidde aan
Voltooid deelwoordaangeduid
Volledige vervoeging van het werkwoord aanduiden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik duid aan
jij duidt aan (inversie: duid aan jij)
u duidt aan
hij/zij/het duidt aan
wij duiden aan
jullie duiden aan
zij duiden aan

Verleden tijd

ik duidde aan
jij duidde aan
u duidde aan
hij/zij/het duidde aan
wij duidden aan
jullie duidden aan
zij duidden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanduid
(dat) jij aanduidt
(dat) u aanduidt
(dat) hij/zij/het aanduidt
(dat) wij aanduiden
(dat) jullie aanduiden
(dat) zij aanduiden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanduidde
(dat) jij aanduidde
(dat) u aanduidde
(dat) hij/zij/het aanduidde
(dat) wij aanduidden
(dat) jullie aanduidden
(dat) zij aanduidden

Gebiedende wijs

Imperatief

duid aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanduiden

Gerundium

aanduiden

Onvoltooid deelwoord

aanduidend

Voltooid deelwoord

aangeduid

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.