Vervoeging van aandribbelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aandribbelen
to jog near
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)dribbel aan
Verleden tijd (ik)dribbelde aan
Voltooid deelwoordaangedribbeld
Volledige vervoeging van het werkwoord aandribbelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik dribbel aan
jij dribbelt aan (inversie: dribbel aan jij)
u dribbelt aan
hij/zij/het dribbelt aan
wij dribbelen aan
jullie dribbelen aan
zij dribbelen aan

Verleden tijd

ik dribbelde aan
jij dribbelde aan
u dribbelde aan
hij/zij/het dribbelde aan
wij dribbelden aan
jullie dribbelden aan
zij dribbelden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aandribbel
(dat) jij aandribbelt
(dat) u aandribbelt
(dat) hij/zij/het aandribbelt
(dat) wij aandribbelen
(dat) jullie aandribbelen
(dat) zij aandribbelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aandribbelde
(dat) jij aandribbelde
(dat) u aandribbelde
(dat) hij/zij/het aandribbelde
(dat) wij aandribbelden
(dat) jullie aandribbelden
(dat) zij aandribbelden

Gebiedende wijs

Imperatief

dribbel aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aandribbelen

Gerundium

aandribbelen

Onvoltooid deelwoord

aandribbelend

Voltooid deelwoord

aangedribbeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.