Vervoeging van aandijken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aandijken
To enclose with dikes; to dike in, to empolder.
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)dijk aan
Verleden tijd (ik)dijkte aan
Voltooid deelwoordaangedijkt
Volledige vervoeging van het werkwoord aandijken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik dijk aan
jij dijkt aan (inversie: dijk aan jij)
u dijkt aan
hij/zij/het dijkt aan
wij dijken aan
jullie dijken aan
zij dijken aan

Verleden tijd

ik dijkte aan
jij dijkte aan
u dijkte aan
hij/zij/het dijkte aan
wij dijkten aan
jullie dijkten aan
zij dijkten aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aandijk
(dat) jij aandijkt
(dat) u aandijkt
(dat) hij/zij/het aandijkt
(dat) wij aandijken
(dat) jullie aandijken
(dat) zij aandijken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aandijkte
(dat) jij aandijkte
(dat) u aandijkte
(dat) hij/zij/het aandijkte
(dat) wij aandijkten
(dat) jullie aandijkten
(dat) zij aandijkten

Gebiedende wijs

Imperatief

dijk aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aandijken

Gerundium

aandijken

Onvoltooid deelwoord

aandijkend

Voltooid deelwoord

aangedijkt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.