Vervoeging van aanbouwen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanbouwen
to build next to an existing building
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)bouw aan
Verleden tijd (ik)bouwde aan
Voltooid deelwoordaangebouwd
Volledige vervoeging van het werkwoord aanbouwen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bouw aan
jij bouwt aan (inversie: bouw aan jij)
u bouwt aan
hij/zij/het bouwt aan
wij bouwen aan
jullie bouwen aan
zij bouwen aan

Verleden tijd

ik bouwde aan
jij bouwde aan
u bouwde aan
hij/zij/het bouwde aan
wij bouwden aan
jullie bouwden aan
zij bouwden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanbouw
(dat) jij aanbouwt
(dat) u aanbouwt
(dat) hij/zij/het aanbouwt
(dat) wij aanbouwen
(dat) jullie aanbouwen
(dat) zij aanbouwen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanbouwde
(dat) jij aanbouwde
(dat) u aanbouwde
(dat) hij/zij/het aanbouwde
(dat) wij aanbouwden
(dat) jullie aanbouwden
(dat) zij aanbouwden

Gebiedende wijs

Imperatief

bouw aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanbouwen

Gerundium

aanbouwen

Onvoltooid deelwoord

aanbouwend

Voltooid deelwoord

aangebouwd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.