Vervoeging van aanblijven

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanblijven
to remain in office
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)blijf aan
Verleden tijd (ik)bleef aan
Voltooid deelwoordaangebleven
Volledige vervoeging van het werkwoord aanblijven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik blijf aan
jij blijft aan (inversie: blijf aan jij)
u blijft aan
hij/zij/het blijft aan
wij blijven aan
jullie blijven aan
zij blijven aan

Verleden tijd

ik bleef aan
jij bleef aan
u bleef aan
hij/zij/het bleef aan
wij bleven aan
jullie bleven aan
zij bleven aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanblijf
(dat) jij aanblijft
(dat) u aanblijft
(dat) hij/zij/het aanblijft
(dat) wij aanblijven
(dat) jullie aanblijven
(dat) zij aanblijven

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanbleef
(dat) jij aanbleef
(dat) u aanbleef
(dat) hij/zij/het aanbleef
(dat) wij aanbleven
(dat) jullie aanbleven
(dat) zij aanbleven

Gebiedende wijs

Imperatief

blijf aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanblijven

Gerundium

aanblijven

Onvoltooid deelwoord

aanblijvend

Voltooid deelwoord

aangebleven

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.