Vervoeging van aanblazen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanblazen
to kindle by means of breath or wind
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)blaas aan
Verleden tijd (ik)blies aan
Voltooid deelwoordaangeblazen
Volledige vervoeging van het werkwoord aanblazen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik blaas aan
jij blaast aan (inversie: blaas aan jij)
u blaast aan
hij/zij/het blaast aan
wij blazen aan
jullie blazen aan
zij blazen aan

Verleden tijd

ik blies aan
jij blies aan
u blies aan
hij/zij/het blies aan
wij bliezen aan
jullie bliezen aan
zij bliezen aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanblaas
(dat) jij aanblaast
(dat) u aanblaast
(dat) hij/zij/het aanblaast
(dat) wij aanblazen
(dat) jullie aanblazen
(dat) zij aanblazen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanblies
(dat) jij aanblies
(dat) u aanblies
(dat) hij/zij/het aanblies
(dat) wij aanbliezen
(dat) jullie aanbliezen
(dat) zij aanbliezen

Gebiedende wijs

Imperatief

blaas aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanblazen

Gerundium

aanblazen

Onvoltooid deelwoord

aanblazend

Voltooid deelwoord

aangeblazen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.