Vervoeging van aanblaffen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanblaffen
to bark at
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)blaf aan
Verleden tijd (ik)blafte aan
Voltooid deelwoordaangeblaft
Volledige vervoeging van het werkwoord aanblaffen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik blaf aan
jij blaft aan (inversie: blaf aan jij)
u blaft aan
hij/zij/het blaft aan
wij blaffen aan
jullie blaffen aan
zij blaffen aan

Verleden tijd

ik blafte aan
jij blafte aan
u blafte aan
hij/zij/het blafte aan
wij blaften aan
jullie blaften aan
zij blaften aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanblaf
(dat) jij aanblaft
(dat) u aanblaft
(dat) hij/zij/het aanblaft
(dat) wij aanblaffen
(dat) jullie aanblaffen
(dat) zij aanblaffen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanblafte
(dat) jij aanblafte
(dat) u aanblafte
(dat) hij/zij/het aanblafte
(dat) wij aanblaften
(dat) jullie aanblaften
(dat) zij aanblaften

Gebiedende wijs

Imperatief

blaf aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanblaffen

Gerundium

aanblaffen

Onvoltooid deelwoord

aanblaffend

Voltooid deelwoord

aangeblaft

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.