to bite, to take the bait
Andere betekenissen: to have a light meal, in particular breakfast
Tegenwoordige tijd (ik)bijt aan
Verleden tijd (ik)beet aan
Voltooid deelwoordaangebeten
Volledige vervoeging van het werkwoord aanbijten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik bijt aan
jij bijt aan
u bijt aan
hij/zij/het bijt aan
wij bijten aan
jullie bijten aan
zij bijten aan
Verleden tijd
ik beet aan
jij beet aan
u beet aan
hij/zij/het beet aan
wij beten aan
jullie beten aan
zij beten aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aanbijt
(dat) jij aanbijt
(dat) u aanbijt
(dat) hij/zij/het aanbijt
(dat) wij aanbijten
(dat) jullie aanbijten
(dat) zij aanbijten
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aanbeet
(dat) jij aanbeet
(dat) u aanbeet
(dat) hij/zij/het aanbeet
(dat) wij aanbeten
(dat) jullie aanbeten
(dat) zij aanbeten
Gebiedende wijs
Imperatief
bijt aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aanbijten
Gerundium
aanbijten
Onvoltooid deelwoord
aanbijtend
Voltooid deelwoord
aangebeten
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.