to worship
Tegenwoordige tijd (ik)aanbid
Verleden tijd (ik)aanbad
Voltooid deelwoordaanbeden
Volledige vervoeging van het werkwoord aanbidden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik aanbid
jij aanbidt (inversie: aanbid jij)
u aanbidt
hij/zij/het aanbidt
wij aanbidden
jullie aanbidden
zij aanbidden
Verleden tijd
ik aanbad
jij aanbad
u aanbad
hij/zij/het aanbad
wij aanbaden
jullie aanbaden
zij aanbaden
Gebiedende wijs
Imperatief
aanbid
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aanbidden
Gerundium
aanbidden
Onvoltooid deelwoord
aanbiddend
Voltooid deelwoord
aanbeden
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.