Vervoeging van aanbevelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanbevelen
to recommend
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)beveel aan
Verleden tijd (ik)beval aan
Voltooid deelwoordaanbevolen
Volledige vervoeging van het werkwoord aanbevelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik beveel aan
jij beveelt aan (inversie: beveel aan jij)
u beveelt aan
hij/zij/het beveelt aan
wij bevelen aan
jullie bevelen aan
zij bevelen aan

Verleden tijd

ik beval aan
jij beval aan
u beval aan
hij/zij/het beval aan
wij bevalen aan
jullie bevalen aan
zij bevalen aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanbeveel
(dat) jij aanbeveelt
(dat) u aanbeveelt
(dat) hij/zij/het aanbeveelt
(dat) wij aanbevelen
(dat) jullie aanbevelen
(dat) zij aanbevelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanbeval
(dat) jij aanbeval
(dat) u aanbeval
(dat) hij/zij/het aanbeval
(dat) wij aanbevalen
(dat) jullie aanbevalen
(dat) zij aanbevalen

Gebiedende wijs

Imperatief

beveel aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanbevelen

Gerundium

aanbevelen

Onvoltooid deelwoord

aanbevelend

Voltooid deelwoord

aanbevolen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.