Vervoeging van aanbetalen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanbetalen
to make a down payment for
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)betaal aan
Verleden tijd (ik)betaalde aan
Voltooid deelwoordaanbetaald
Volledige vervoeging van het werkwoord aanbetalen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik betaal aan
jij betaalt aan (inversie: betaal aan jij)
u betaalt aan
hij/zij/het betaalt aan
wij betalen aan
jullie betalen aan
zij betalen aan

Verleden tijd

ik betaalde aan
jij betaalde aan
u betaalde aan
hij/zij/het betaalde aan
wij betaalden aan
jullie betaalden aan
zij betaalden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanbetaal
(dat) jij aanbetaalt
(dat) u aanbetaalt
(dat) hij/zij/het aanbetaalt
(dat) wij aanbetalen
(dat) jullie aanbetalen
(dat) zij aanbetalen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanbetaalde
(dat) jij aanbetaalde
(dat) u aanbetaalde
(dat) hij/zij/het aanbetaalde
(dat) wij aanbetaalden
(dat) jullie aanbetaalden
(dat) zij aanbetaalden

Gebiedende wijs

Imperatief

betaal aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanbetalen

Gerundium

aanbetalen

Onvoltooid deelwoord

aanbetalend

Voltooid deelwoord

aanbetaald

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.