Vervoeging van aanbehoren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanbehoren
synonym of toebehoren
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)behoor aan
Verleden tijd (ik)behoorde aan
Voltooid deelwoordaanbehoord
Volledige vervoeging van het werkwoord aanbehoren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik behoor aan
jij behoort aan (inversie: behoor aan jij)
u behoort aan
hij/zij/het behoort aan
wij behoren aan
jullie behoren aan
zij behoren aan

Verleden tijd

ik behoorde aan
jij behoorde aan
u behoorde aan
hij/zij/het behoorde aan
wij behoorden aan
jullie behoorden aan
zij behoorden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanbehoor
(dat) jij aanbehoort
(dat) u aanbehoort
(dat) hij/zij/het aanbehoort
(dat) wij aanbehoren
(dat) jullie aanbehoren
(dat) zij aanbehoren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanbehoorde
(dat) jij aanbehoorde
(dat) u aanbehoorde
(dat) hij/zij/het aanbehoorde
(dat) wij aanbehoorden
(dat) jullie aanbehoorden
(dat) zij aanbehoorden

Gebiedende wijs

Imperatief

behoor aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanbehoren

Gerundium

aanbehoren

Onvoltooid deelwoord

aanbehorend

Voltooid deelwoord

aanbehoord

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.