Vervoeging van aanbaggeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanbaggeren
To deposit, bring up, or pile up (silt, mud, etc.) by dredging.
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)bagger aan
Verleden tijd (ik)baggerde aan
Voltooid deelwoordaangebaggerd
Volledige vervoeging van het werkwoord aanbaggeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bagger aan
jij baggert aan (inversie: bagger aan jij)
u baggert aan
hij/zij/het baggert aan
wij baggeren aan
jullie baggeren aan
zij baggeren aan

Verleden tijd

ik baggerde aan
jij baggerde aan
u baggerde aan
hij/zij/het baggerde aan
wij baggerden aan
jullie baggerden aan
zij baggerden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanbagger
(dat) jij aanbaggert
(dat) u aanbaggert
(dat) hij/zij/het aanbaggert
(dat) wij aanbaggeren
(dat) jullie aanbaggeren
(dat) zij aanbaggeren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanbaggerde
(dat) jij aanbaggerde
(dat) u aanbaggerde
(dat) hij/zij/het aanbaggerde
(dat) wij aanbaggerden
(dat) jullie aanbaggerden
(dat) zij aanbaggerden

Gebiedende wijs

Imperatief

bagger aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanbaggeren

Gerundium

aanbaggeren

Onvoltooid deelwoord

aanbaggerend

Voltooid deelwoord

aangebaggerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.